Open brief aan Midas Dekkers

Beste Midas,

Jij zegt dat je niet van honden houdt omdat het geen katten zijn. Maar er moeten uitzonderingen zijn en ik heb er zo een.

Hieronder wat overeenkomsten met de kat:

Wat maakt een kat nou zo leuk? Het eigenzinnige karakter. Een kat wordt niet bevolen, hij beveelt. Een kat trekt door het hele huis en gaat daar liggen waar hij wil: in de wasmand, op een traptrede, in de beste stoel, op tafel, enz.

Een kat springt soepel overal op en daardoor wordt zijn wereld veel groter. Een kat vindt overal wat te spelen: je verse krant, oorbellen, sokken.

Een kat heeft een neusje als een gedicht. Als je bent weggeweest en weer thuis komt kijkt hij loom op: “was je daar al. Leuk geweest?” Of hij zit bij de deur te wachten: “waar was je nou?”

Een kat is een wonder als hij beweegt.

Je bent zeer verguld als je kat op schoot wil.

Er zijn inderdaad wat verschillen: een kat is helemaal van bont gemaakt en mijn hond gedeeltelijk van bont en gedeeltelijk van cocosmat.

Je hond kan met je mee als je gaat wandelen. Alhoewel ik vroeger een zwarte kater had die ik in de auto mee naar het bos nam en daar gewoon losliet. Die werd dan helemaal dol van vreugde. Klom in bomen, deed een soort steile-wand-race en gilde het uit van plezier. Na een half uur was hij dan uitgeraasd en als ik dan een allerverrukkelijkst gistsnoepje aanbood kwam hij gewoon weer naar me toe, liet zich oppakken en
ging weer mee in de auto. Toen er een tweede zwarte kater bijkwam ben ik daarmee gestopt omdat ik dacht: nu heb je afleiding genoeg en ik ga het lot niet tarten en met twee katten naar het bos.

Maar goed, met je hond kun je het bos in. Mijn hond is eigenlijk een superkat: in huis doet hij alles wat een kat doet en mee naar buiten is hij hond. Twee in één eigenlijk. Kijk Midas, en dat loop jij nu allemaal mis.

Den Haag, 1-3-11