Oorbellen

Ik ben dol van oorbellen. Mijn hele leven al. Ik zal een jaar of vijf geweest zijn dat ik voor mijn verjaardag OORBELLEN vroeg. OK. Moest ik wel gaatjes laten prikken. Met mijn moeder ging ik naar een juwelier. Deze man prikte nog met een naald. Hij hield de naald boven een vlammetje – om te ontsmetten – vertelde dat hij hem dan liet afkoelen en vervolgens even een gaatje in mijn oorlel zou prikken. Wat hij dan daarna zou gaan doen heb ik nooit meer gehoord want ik ben de winkel uitgerend: rechtstreeks naar huis.

Mijn moeder was woedend. Ik had haar daar echt voor gek laten staan. Wat of ik wel dacht. Geen oorbellen dus. Maar een paar maanden daarna had ik, dacht ik, voldoende moed verzameld om het nu echt te laten doen.
Dit keer zou mijn tante meegaan. Een kordate vrouw die me van te voren
duidelijk maakte dat ik met die onzin bij haar niet aan hoefde te komen.

Nee, nee, natuurlijk niet. Daar dacht ik ook niet meer aan.
Ik had zulke mooie oorbellen gezien. Kleine zilveren dennenappeltjes met een rood eekhoorntje erop. Daar had ik alles voor over.

Tante en ik naar dezelfde juwelier. De man sprak me echt moed in: en geen gekkigheid deze keer jongedame. Ik stond te trillen van de
zenuwen maar Tante hield mijn arm in een ijzeren greep. Weer hetzelfde ritueel. Naald boven een vlammetje – om te ontsmetten, afkoelen en daar kwam die hand met de naald richting mijn oor. Ik rukte me los en rende de winkel uit rechtstreeks naar huis. Nu was het verkeken het grote geluk. Ik zou nooit meer oorbellen krijgen – alleen vreselijk op mijn kop.

Maar toch, vlak voor mijn verjaardag begon ik weer te dromen van die oorbellen. Af en toe liep ik langs de winkel. Eerst voorzichtig kijken
of die enge vent niet voor het raam stond en dan kwijlde ik bij het zien van al dat moois. En toen op school was er ineens een meisje dat ringetjes had. Ze vertelde vol trots dat het helemaal niet eng was geweest. Ze knijpen even in je oorlelletje en dan voel je er eigenlijk niets van. Oh, ik wist nu zeker dat ik durfde. Ik rende naar huis om ieder het heuglijke nieuws te vertellen. Weet je het zeker? Vroeg mijn moeder. Ja, ja, ik wist het zeker.

Samen gingen we naar de winkel. Dit keer werden we door een
mevrouw geholpen. Mijn moeder vertelde dat ik een geval apart was en bij het zien van de naald al meteen de benen had genomen en wel tot twee keer toe. Dat kan ik me best voorstellen hoor, zei de vrouw. Maar ik doe het nooit met een naald. Mijn vader wel. Ik gebruik dit apparaatje. Kijk, hier gaat een ringetje in en dat schiet ik dan zo in je oorlelletje. Het doet echt geen pijn. Zal ik het doen? Vol vertrouwen hief ik mijn hoofd, deed mijn ogen dicht en was dapper. Knap, een raar gevoel maar geen pijn. Zo, zei ze, een hebben we al gehad nu de ander nog. Ik voelde me geweldig. Over zes weken zou ik de mooie zilveren eikeltjes met de eekhoorntjes krijgen.

Den Haag, 9-4-08