Ontbijten

Ik had vijf jaar alleen gewoond toen Paul in mijn leven kwam. Grappig dat je in de verschillende fasen van je leven bepaalde dingen zo verschillend gaat doen. Neem nu ontbijten. Toen Paul en ik pas samenwoonden hadden we ’s morgens een Engels ontbijt. Gebakken eieren met spek, verse jus, gebakken champignons met tomaten en soms zelfs gebakken of gegrilde vis. Heerlijk. Ik was graatmager dus dat maakte allemaal niets uit. En dan een grote pot sterke thee, met melk uiteraard, om alles weg te spoelen. Dan, helemaal gesterkt, konden we de dag weer aan en gingen ieder naar ons werk.

Toen kwamen de kinderen. Nog steeds met z’n allen ontbijten maar niet altijd van dat heftige gedoe. Geen gebakken visjes en zo. Soms nog
wel in het weekend maar door de weeks hadden we een normaal ontbijt: brinta, brood, fruit met thee, melk en jus. Wat ze maar wilden. Toen zoon Chrispijn zo’n jaar of 12 was werd het moeilijk om hem ’s morgens z’n bed uit te krijgen maar regel was regel: ontbijten moest en wel met elkaar. Dat hebben we volgehouden tot de kinderen de deur uit waren en/of klaar waren met school.

En toen ineens pats boem, ontbeten we helemaal niet meer. Dat wil zeggen: Paul ging ’s morgens naar zijn geliefde koffietent om daar een
kopje koffie en een broodje te nuttigen, samen met de ochtendkranten en ik bleef alleen achter met een grote pot thee, een boterham en een boek. En tot op heden doe ik dat nog steeds. ’s Morgens wakker worden met thee, brood en een boek. Heerlijk!  En eerlijk is eerlijk, ik sta ook niet meer zo vroeg op. Niet meer tegelijk met Paul. Hij gaat nog steeds ’s morgens heel vroeg de deur uit (kwart voor zeven) en ik sta rond
zeven uur op. Het huis is dan doodstil en dat hou ik zo. Ik pers een glas jus, zet thee en maak een bakje joghurt met muesli klaar of een boterham. Dan m’n boek, op de bank en een half uur ben ik dan in de zevende hemel.

Oh, ik houd veel van mijn teerbeminden, dat is het niet, maar ’s morgens langzaam wakker worden in je eigen tempo zonder dat je meteen in draf moet is een van de zegeningen van het ouder worden.

Den Haag, 1-4-08