Hoogslaper

McK heeft zolangzamerhand haar eigen plekjes veroverd in het huis. We vonden het niet goed dat ze op de bank of stoelen lag. Maar vanaf het begin had ze in dat schattige koppetje dat ze potverdikkie op die bank zou komen. Toen ze nog heel klein was klauterde ze als een kat op de bank. Wij riepen dan: “nee, van de bank af” en zette haar weer op de grond. Maar dat weerhield haar niet en zodra we even de kamer uit
waren klom McK weer op de bank. In het begin let je daar heel goed op en werd ze er iedere keer afgezet maar op den duur richt je je aandacht weer op andere zaken en dan was ik al lang weer in de kamer en zag dan ineens dat McK op de bank “in diepe slaap was.”

We hebben het volgehouden tot ze een jaar was. Maar Mck hield ook vol. “la, la, la, la, la, la, ik lig lekker op de bank. He, wat, moet ik van de bank af? Krijgen we nou? Ik sliep. Ok, gaan we er van af, ok, ik ga al.”

We hebben overlegd: “als het een kat was geweest had ze ook op de bank gemogen. Ja, maar het gaat er om als ze als een modderbaal van buiten komt en dan op de bank springt. Hoe vaak gebeurt dat nou.  Ja, nou, dan was ik die hoes gewoon een keer meer en ik probeer haar af te drogen en daarna te laten drogen in de bench. Of we vinden het goed of we vinden het niet goed.”

Paul ging het eerste overstag. “ach, laat die hond toch. Als ze dat nou leuk vindt.”

Bij zulke conversaties slaapt McK altijd maar volgens mij volgt ze het van A tot Z. Dus McK mocht op de bank.
Maar dat was niet genoeg voor McK. Na een tijd begon ze op tafel te springen.
Natuurlijk eerst oefenen als wij niet in de kamer waren. Ik had natuurlijk al
lang gemerkt dat ze dat deed want een tulp belandt niet zo maar naast de vaas en de suikerpot valt niet zomaar om en een brief krijgt niet zomaar een afgekauwde hoek. En soms zag ik haar liggen als ik in een andere kamer was maar als ik dan binnenkwam lag ze steevast op haar bankje. Even uitrekken: “gut, heb ik geslapen zeg. Ben je er al lang?”

Echt betrappen deed ik haar nooit. Tot op een keer. Ze bepaalde meteen haar houding. “He, wat, waar moet ik vanaf? Verrek, hoe kom ik nou op die tafel. Zie je dat? Lig ik zomaar op de tafel te liggen. Nou ja!”

Ik heb het natuurlijk over de eettafel. Niet de salontafel, daar ligt ze al lang uitgestrekt op te slapen als we er even niet zijn.

Den Haag, 6-3-11