Het grote zwarte gat

Vorige week ging een vriendin met pensioen. Ze was al maanden zenuwachtig hierover. 24 jaar bij de thuiszorg gewerkt.  Ze organiseerde
zelf een borrel voor collega’s en oud collega’s die ze aardig vond en dat was dat. Ze had er zich enorm op verheugd en nu was het zo ver.

Wat ik niet begrijp is dat iedereen zo raar doet over mensen die ophouden met werken.

“Weet je al wat je gaat doen met al die vrije tijd?”

“Ben je niet bang dat je je gaat vervelen?”

“Nu ga je zeker lekker veel met vakantie?”

“Ik zou er nog niet aan moeten denken om met pensioen te gaan.”

“Jezus, de hele dag samen met je man….”  Enz. enz.

Wat een ophef wordt er gemaakt over dat met pensioen gaan.
En wat wordt dat werken “verheerlijkt”.

Het lijkt net of werk voor mensen een soort entertainment
is. Zo hoef je zelf niets te organiseren om de dag door te komen. Mensen zijn doodsbang zich te vervelen. Mensen zijn doodsbang alleen te zijn. Je moet vooral altijd omgeven worden door een groep want anders wordt het wel heel eng.

Vroeger zagen mensen er naar uit: ophouden met werken en lekker gaan doen wat je zelf wil. Tegenwoordig staat het gelijk met : er niet meer bij horen.

Nou, heerlijk, ik hoor er niet meer bij en ik geniet er nog elke dag van – nu al 4 jaar lang. Waarschijnlijk was ik de laatste jaren overwerkt,
overspannen, had ik last van een burn-out en noem het maar. Ik weet wel dat de eerste twee jaar als een soort roes waren. Ik was een beetje apathisch – ik had nergens zin in. Zeker niet om van alles met iedereen te gaan doen. Ik was gewoon op.

Vriendinnen maakten zich zorgen: dat kan toch niet. Ga dan
vrijwilligerswerk doen. Ga dan cursussen doen. Het kan toch niet dat je ineens niets gaat doen?

Maar ik had meteen voor mezelf al een taak bedacht: ik ga een boek schrijven. Heb ik nooit tijd voor gehad en altijd gewild. En met de dag
werd ik er ongelukkiger over. Tot ik bedacht: ik heb mijn hele leven gewerkt en heel hard. Ik ben altijd heel streng voor mezelf geweest. Nu stop ik met werken maar ik ga gewoon door met de zelfkastijding en moet van mezelf (en vooral van anderen) gewoon doorgaan. Is het niet met werken dan met cursussen, of vrijwilligers werk of een boek schrijven. Toen ik dat eenmaal besefte ben ik met alles gestopt. Een beetje het huishouden doen, tijd daarvoor hebben. Dat heb ik 40 jaar lang tussen de bedrijven door gedaan. En dat ging ook maar nu hoeft dat niet meer. En ik ontdek dat ik het helemaal niet zo erg vind. Je kunt lekker nadenken terwijl je stofzuigt, of strijkt. Schijnt de zon dan spoed ik mij naar buiten om boodschappen te doen. Dat kan nu, vrije keus. Weer lekker
veel planten – had ik jaren geen tijd voor. Lezen, eindeloos lezen. Wel elke morgen vroeg op – dat gaat er niet zo snel uit. En na twee jaar kwam ik weer een beetje tot mezelf. Eindelijk mag ik van mezelf. Mag ik me een dag niet zo lekker voelen en doe ik het rustig aan. En als ik zin heb om in een zwart gat te springen  dan doe ik dat gewoon.
Heeeerrrrrllllijkkkkk!

Den Haag, 31-3-08