Gebroken gedachte

Er brandde maar één  klein lampje in de slaapkamer waarbij ik net kon lezen. Een mug vloog door de kamer. Hij maakte een geluid als een kleine cirkelzaag. Na een tijdje hield het venijnige geluid op. Ik speurde de kamer af of ik de mug kon ontdekken. Het lamplicht streek langs de muur en ik zag de mug zitten. Als ik op een stoel ging staan en één voet op de verwarming kon ik hem doodslaan.Ik klom op de stoel, zette één voet op de verwarming en sloeg naar de mug. Ik raakte mijn evenwicht kwijt en viel.

Ik werd wakker in het ziekenhuis. “Wat doe ik hier” vroeg ik de zuster die naast mijn bed stond.  “U hebt een gebroken gedachte”, zei zij “en u moet twee jaar in bed blijven. Hebt u trek in een hapje lekker verse pens?”

Ik keek naar beneden en zag dat mijn rechtervoet in het gips zat. En ineens wist ik het weer. Ik had warme voeten gehad en was naar beneden naar de koelkast gegaan om frisse voeten aan te doen.

“Hebt u ook altijd frisse voeten in de koelkast staan?” vroeg ik de zuster.

Ze keek me peinzend aan. “Hoe weet u dat?”

Ik legde haar uit dat ik dat niet wist en het haar daarom vroeg.

“Mijn voeten hebben een clicksysteem,” zei ik. “Ik click mijn voeten er gewoon aan. Je moet wel goed opletten dat je de goede voet aan het goede been doet.”

“Waar koopt u die voeten?” vroeg ze.

“Ik laat ze maken. U kent misschien dat bedrijf dat de toneelkleding verzorgt? Je kunt daar pruiken en kleding huren, decors laten maken en allerlei andere dingen. Ik wilde een keer als octopus naar het carnaval en toen hebben zij zes armen voor mij gemaakt. Dat was zo goed gelukt dat ik dacht dat kunnen ze vast ook wel met voeten doen. Zo doende. De eerste voeten die ik liet maken waren van hout. Maar als je die houten voeten in de koelkast zette werden ze niet echt fris. Dus heb ik ze gevraagd voeten van titanium te maken. Heerrrrlijk fris. Het is iets duurder maar dan heb je ook wat. Heb ik een tas bij me?”

Ze knikte van ja.

“Kunt u mijn tas misschien even pakken dan kan ik u mijn voeten laten zien.”

Zij liep naar de kast en haalde mijn tas eruit.

“Maakt u maar open en haal de rode zak eruit. Daar bewaar ik ze altijd in.”

“Waarom een rode zak?” vroeg zij.

“Neemt u mij in de maling?”

“Natuurlijk niet. Ik moet dat weten,” zei de zuster.

“Toen mijn voeten er net afgezaagd waren bloedden ze nogal. Ik heb ze toen in een rode zak gedaan omdat ik niet van bloed houd. Zo kun je
het gelukkig niet zien.”

Ik haalde de voeten eruit en gaf ze aan de zuster.

“Mag ik ze eens passen?”

“Natuurlijk. Ik hoop dat het uw maat is.”

Ze stapte van haar eigen voeten af en zette haar rechterbeen op de rechtervoet. Ze deed een stap. De voet bleef staan.

“Ze doen het niet.” zei ze vertwijfeld.

“U hebt ook geen clicksysteem. Dat is heel belangrijk.”

“Wat nu?” zei zij.

“We zullen zelf een clicksysteem moeten maken. Leg die voet maar op het bed hier. Ik heb dat zo gedaan. Kijk, dat palletje aan de voet, Zoiets moet nu ook bij uw been. Maar dan omgekeerd. Pak dat blauwe rolletje
eens in mijn tas. Zevende vakje rechts. Daar zitten clickjes op.”

Ze gaf het me aan en ik plakte het op haar been. Nu kon ik de voet aan haar been clicken.

“Nu nog het andere been. U mag de voeten wel even lenen. Ik moet hier toch twee jaar liggen. En weet u wat ik zo handig vind?” Ze keek me
vragend aan. “Als je nu je nagels wilt lakken zet je gewoon je voeten even op tafel.” Ik moest giechelen. “In het begin lakte ik ze drie keer per dag. Gewoon voor de lol. Neem die voeten nu maar mee. Ik ga nu slapen. Ik ben moe.”

Ineens bedacht ik dat de zuster waarschijnlijk niet wist hoe ik heette. En aan wie moest ze dan die voeten terug geven.

“Zuster?”

“ Ja?”

“Ik heet Bobbie. Dat is een hondennaam. Maar dat vind ik niet erg. Zolang ik maar ……….” ik kon niet verder praten van het lachen “……
geen ……….harige oren …….krijg. Dan vallen ……….mijn ………oorbellen ……..niet ……….meer ……op.”

Ik lachte tot de tranen over mijn gezicht liepen. De zuster
boog zich over me heen. “Goed zo”, zei ze, “lachen is gezond. Net als fruit. Drie keer per dag.”

“Net als nagels lakken” lachte ik, “ook drie keer per dag.”

“Bobbie.” Het klonk aarzelend. “Je zei net iets over harige oren. Heb je de laatste tijd nog in de spiegel gekeken.”

“Nee, ik geloof het niet. Waarom?”

“Wil je in de spiegel kijken?”

“OK.”

Ze pakte de spiegel van de muur en hield hem mij voor.

“Oh, wat grappig, wat leuk. Ik heb een hondenkop. Alleen hangoren. Zie je wat ik bedoel? Je kunt nauwelijks mijn oorbellen zien. Zuster, u hebt er voor doorgeleerd: pak een decoupeerschaar. Zit in mijn tas. Eerste vakje links. En in het veertiende vakje links zitten twee rolletjes rode tape. Een met clickjes en een zonder clickjes. Die zonder clickjes moet je hebben. Ja?”

“Heb ik.”

“Ook de schaar?”

“Ja,  heb ik ook.”

“Ik wil staande oren. Puntoren. Maak even een malletje. Hier.” Ik knipte met de schaar een vorm uit het beddenlaken. “Zie je, zo moet je ze knippen en dan doe je er een rood tapeje om.” Ik liet het haar zien…….

“………Ze is waarschijnlijk op haar achterhoofd gevallen. ….Ze
heeft een zware hersenschudding….. Plat liggen en rust…….”

“Hoe kan je nu een hersenschudding krijgen in je slaapkamer?” zei een bekende stem.

Ik deed voorzichtig mijn ogen open en zag twee wazige dokters staan.

“Kijk, ze is wakker.”

Ik voelde voorzichtig aan mijn oren.

Den Haag, 15-10-2006