De nachtegaal

Heel mijn leven ben ik al benieuwd naar het gezang van de nachtegaal. Als kind las ik sprookjes waarin zielige prinsessen een nachtegaal
in een kooitje kregen voor hun verjaardag of zo of als ze dodelijk ziek waren. En kijk, door het zingen van die nachtegaal werden die zielige prinsesjes dan meteen weer beter. Oh, had ik maar zo’n nachtegaal. Niet dat ik ziek was maar ik was zo benieuwd hoe hij zou klinken.

Niemand in mijn omgeving had interesse in vogels. Niemand wist het. En de mensen die het wel zeiden te weten omschreven het altijd vaag:
prachtig, zo zingt geen andere vogel. Prachtig.

Ja maar, hoe prachtig dan, hoe dan.

Het verlangen om de stem van de nachtegaal te horen raakte op de achtergrond. Ik wist niets van vogels en miste het eigenlijk niet.
Honden, katten, paarden, planten, bomen, ja, die hadden mijn volle
belangstelling en als ik met de honden en mijn kinderen door het bos liep, om de hele meute uit te laten, hoorden we wel vogels maar tot mijn schande was ik nog net zo onwetend als toen. Ik kon ze van alles vertellen over wat ze zagen maar niet over wat ze hoorden.

Maar er zou verandering in komen. In een natuurhistorisch museum hadden ze een tentoonstelling van allerlei vogels met de daarbij
behorende stemmen. Eindelijk, nu zou ik het horen.  Helaas, de nachtegaal was kapot. Op de radio: vogelstemmen: helaas bij het gezang van de nachtegaal werd er door heen gepraat en werd er van alles over de nachtegaal verteld maar nu wist ik nog niet hoe hij klonk. Maar….. nu heb ik een CD met vogelgeluiden van vroege vogels en jawel, daar staat de nachtegaal op. Vanmorgen heb ik ernaar geluisterd. Kijk, ik had heus geen opera verwacht, en ik vind het inderdaad prachtig hoor, maar
volgens mij zit er zo’n vogel bij ons in de buurt die in het vroege voorjaar
zijn prachtige trillers laat horen, nee, niet de zanglijster, want die herhaalt
alles drie keer, nee, het is gewoon de nachtegaal.

Den Haag, 28-5-08