Hondengeluk

Het is geloof ik al zes weken geleden dat McK voor het laatst in de Kloostertuin heeft gespeeld. De tijd vliegt, maar natuurlijk niet als je een hond bent met een zere poot. Al die tijd voorzichtig over straat gehinkt en toen het wat beter ging naar het bos. Kwartier, twintig minuten enz. enz.

Maar…. Afgelopen week had ze niet één keer gehinkt dus vandaag (ijzige koude wind) dacht ik: we proberen het en anders ben ik zo weer weg.

McK ging iedereen begroeten, door het dolle, hallo jongens, ik ben er weer. Maar er was iets veranderd. Grote vriendin Bonnie (duitse herder van 9,5 maand en als een paard zo groot) reageerde nogal lauw. Die had inmiddels een andere passie opgevat: ballen. En daar kan McK toch zo kwaad om worden. Honden die met ballen spelen, om gek van te worden. Dan begint ze te brullen van: halo, halo, ik sta hier, kom gvd met mij spelen, hoooooooonnnnnd.

Dus ging de hypocriet weer met Bambie spelen, haar eerste liefde in de tuin. En dat is het aardige van honden die zijn niet beledigd, die nemen het gewoon zoals het is. OK, leuk McK, dan gaan wij toch spelen. Maar morgen, als Bonnie wel met haar wil spelen laat McK Bambie in één klap vallen. En dan dat snuitje van Bambie. Als ik McK was zou ik daar niet tegen kunnen. Maar ja, McK is McK, een opportunist tot in het puntje van haar staart.

Den Haag, 21-2-11

Speelgoedhond

Nog steeds als ik wegga doe ik McK in haar bench. De voorkant van het huis komt uit in een historische poort: de Spinozapoort. Er worden groepen toeristen door de poort geleid. Het is een heel oud poortje, rond 1600 en Spinoza heeft in ons huis gewoond en gebruikte deze poort als in- en uitgang. Later heeft hij in een ander huis gewoond dat ook uitkomt in de Spinozapoort en dat nu bekend staat als het “Spinozahuis”.

Het komt dan ook regelmatig voor dat zo’n groep mensen bij ons voor het raam blijft staan om uitleg te krijgen. En daar moet McK niets van hebben: “hup, weg bij dat raam, ga lekker bij je eigen moeder naar binnen staan loeren, vooruit, weg, weg…….” En dat gaat dan natuurlijk gepaard met een schel gekef.

Als ik thuis ben kan ik dat wel in de hand houden maar ik vrees als ik weg ben dat McK zich lekker gek laat maken en dat dat een gewoonte wordt. Vandaar die bench.

Maar als ik thuiskom en de bench opendoe is het feest. Ze vliegt dan meteen op een piepspeeltje af en begint allerlei gekke sprongetjes te maken, grommend met het speeltje in haar bek. Ik doe dat dan ook, niet zo’n speeltje in mijn mond, dat nog net niet, maar ik maak ook wel dolle pasjes en spreek haar in het chinees toe, dat in plaats van het grommen want dat is niet goed voor mijn keel. McK stelt dat zeer op prijs en is dan allerschattigst om te zien. Zo’n vierkant houten speelgoedhondje met
oortjes die als ze een luchtsprongetje maakt recht overeind staan. Dat houden we een paar minuten vol en dan gaan we ieder weer ons eigen gang.

Volgens mij zegt de gids tegen de toeristen:  “Hier woont een
absoluut gestoorde vrouw. Ze spreekt Chinees met haar hond en ze dansen samen de kamer rond. Met een beetje geluk kunnen we haar zien.”

Zouden mijn oren ook overeind
vliegen als ik sprongetjes maak?

 

Den Haag, 11-3-11

Regenachtige zondag

Als het vroeger (voor het McK tijdperk) een regenachtige zondag was konden we beslissen om die dag niets te doen. Lekker in je pyjama lopen en lezen. Maar als je een hond hebt moet je toch naar buiten. Mor, mor, mor.

En toch, als ik dan eenmaal buiten loop met  paraplu en die modderige
hond denk ik, hmmm, lekker. Het ruikt allemaal zo lekker fris. In het bos kom je absoluut geen sacherijnige  mensen tegen. Nee, iedereen die daar loopt vindt het volgens mij wel lekker. En als ik dan thuis kom heb ik zo’n gezond en voldaan gevoel. Dan de open haard aan en Paul die appeltaart gaat maken. Heerlijk, zo’n regenachtige zondag.

Den Haag, 27-2-11

Anti-hond

Soms kom je iemand tegen die honden niet leuk vindt. Dat kan. Niet iedereen hoeft meteen in zwijm te vallen bij het zien van de leuke bontoortjes van McK. Maar echt anti, daar heb ik bedenkingen tegen.

Zo kwam ik vanmorgen iemand tegen uit centraal Afrika. So’n witman, je weet wel. We waren beide bij iemand op bezoek. McK was net even de tuin van de gastvrouw aan het renoveren toen hij binnen was gekomen. En toen McK zich beleefd ging voorstellen zat ik gespannen op mijn stoel want ik voelde en zag dat dit geen hondenliefhebber was. Hij deed
echter niets en McK was ook verder niet in hem geïnteresseerd. “volkomen onbelangrijk persoon” straalde McK uit.

Hij zei: “waar ik vandaan kom hebben honden een heel andere functie. En die komen zeker niet in huis.” Hij zei dat op een neerbuigende toon. Ik wilde hem wel vragen: “wat is de functie volgens jou dan van deze hond.” Maar net als McK zag ik er vanaf, stond op, gaf hem een hand en zei: “tot ziens”.

Buiten zei ik tegen McK: “je had gelijk: volkomen onbelangrijk persoon.”

Den Haag, 1-3-11

Ziekenfondshondje

“Ze zijn zo leuk dat ze die hondjes in het ziekenfondspakket moeten stoppen. Zo leuk zijn ze, die hondjes.”

Is er al eens onderzocht wat voor invloed een vrolijke terrier heeft op een depressief mens?? Misschien is het niet eerlijk tegenover de hond. Een voorwaarde is natuurlijk dat je wel van honden moet houden anders heeft het geen zin. Maar stel: Je houdt van honden, je wordt depri en je hebt geen geld om een hond aan te schaffen en hem te onderhouden.
Dan krijg je er een van het ziekenfonds. Maar het moet wel een leuke hond zijn. Niet zo’n sissy, nee, een dwingende terrier. Die je recht aankijkt en aanblaft: IK WIL NU NAAR BUITEN. Dan moet je toch wel.

Zo dacht ik eerst, maar na gisteren heb ik daar toch een ander idee over. Ik sprak een vrouw die ik wel vaker tegenkom met haar hond. Een vrolijk blaffend hondje. Ze was altijd vol lof over die hond: “Zo lief, en je moet naar buiten, zo goed, zo gezond.” Maar gisteren was dat heel anders.

“Ze verhaart zo en ze kan zo blaffen en altijd maar dat lopen. Ik zou haar af en toe wel de nek kunnen omdraaien. En toen dacht ik: arme fik. Hoe goed je het ook doet, er is altijd
wat. Nee, geen ziekenfondshond. Laat die zielige mensen maar lekker zielig
blijven. Niks gratis hond. We gaan honden juist heel duur maken – heel duur.

 

Den Haag, 26-2-11

Open brief aan Midas Dekkers

Beste Midas,

Jij zegt dat je niet van honden houdt omdat het geen katten zijn. Maar er moeten uitzonderingen zijn en ik heb er zo een.

Hieronder wat overeenkomsten met de kat:

Wat maakt een kat nou zo leuk? Het eigenzinnige karakter. Een kat wordt niet bevolen, hij beveelt. Een kat trekt door het hele huis en gaat daar liggen waar hij wil: in de wasmand, op een traptrede, in de beste stoel, op tafel, enz.

Een kat springt soepel overal op en daardoor wordt zijn wereld veel groter. Een kat vindt overal wat te spelen: je verse krant, oorbellen, sokken.

Een kat heeft een neusje als een gedicht. Als je bent weggeweest en weer thuis komt kijkt hij loom op: “was je daar al. Leuk geweest?” Of hij zit bij de deur te wachten: “waar was je nou?”

Een kat is een wonder als hij beweegt.

Je bent zeer verguld als je kat op schoot wil.

Er zijn inderdaad wat verschillen: een kat is helemaal van bont gemaakt en mijn hond gedeeltelijk van bont en gedeeltelijk van cocosmat.

Je hond kan met je mee als je gaat wandelen. Alhoewel ik vroeger een zwarte kater had die ik in de auto mee naar het bos nam en daar gewoon losliet. Die werd dan helemaal dol van vreugde. Klom in bomen, deed een soort steile-wand-race en gilde het uit van plezier. Na een half uur was hij dan uitgeraasd en als ik dan een allerverrukkelijkst gistsnoepje aanbood kwam hij gewoon weer naar me toe, liet zich oppakken en
ging weer mee in de auto. Toen er een tweede zwarte kater bijkwam ben ik daarmee gestopt omdat ik dacht: nu heb je afleiding genoeg en ik ga het lot niet tarten en met twee katten naar het bos.

Maar goed, met je hond kun je het bos in. Mijn hond is eigenlijk een superkat: in huis doet hij alles wat een kat doet en mee naar buiten is hij hond. Twee in één eigenlijk. Kijk Midas, en dat loop jij nu allemaal mis.

Den Haag, 1-3-11

Op visite

 

We waren gisteren met McK op bezoek bij vrienden en ineens dacht ik: “he, het wordt een volwassen hond. Ze wordt rustiger.”

Ze stormde, zoals gewoonlijk, naar binnen. Begroette Ernst en Aïna, rende verder door het huis: “is hier nog iets veranderd? Kan ik mijn hondenbrokje vast krijgen. Is er ook water? Mag ik even in de tuin spelen…….” enz. enz.

Maar toen dat ritueel afgedaan was stond ze rustig voor het raam naar buiten te kijken, speelde wat met een bal en een touwtje, ging nog eens de tuin in en vermaakte zichzelf. Het was nog niet zo dat ze rustig ging liggen. Wat zeg je? Dan hadden we eerst met haar moeten gaan wandelen? Maar natuurlijk hebben we dat gedaan. Naar het bos. Ze wordt alleen niet moe van het bos. Ze heeft een topconditie en een uurtje wandelen en spelen in het bos is echt niet vermoeiend. Als we na het bos gewoon naar huis gaan begint ze juist als een dolle te spelen: “mijn spieren zijn nu lekker los, zullen we even voetballen in de gang?”

Den Haag, 6-3-11

Hoogslaper

McK heeft zolangzamerhand haar eigen plekjes veroverd in het huis. We vonden het niet goed dat ze op de bank of stoelen lag. Maar vanaf het begin had ze in dat schattige koppetje dat ze potverdikkie op die bank zou komen. Toen ze nog heel klein was klauterde ze als een kat op de bank. Wij riepen dan: “nee, van de bank af” en zette haar weer op de grond. Maar dat weerhield haar niet en zodra we even de kamer uit
waren klom McK weer op de bank. In het begin let je daar heel goed op en werd ze er iedere keer afgezet maar op den duur richt je je aandacht weer op andere zaken en dan was ik al lang weer in de kamer en zag dan ineens dat McK op de bank “in diepe slaap was.”

We hebben het volgehouden tot ze een jaar was. Maar Mck hield ook vol. “la, la, la, la, la, la, ik lig lekker op de bank. He, wat, moet ik van de bank af? Krijgen we nou? Ik sliep. Ok, gaan we er van af, ok, ik ga al.”

We hebben overlegd: “als het een kat was geweest had ze ook op de bank gemogen. Ja, maar het gaat er om als ze als een modderbaal van buiten komt en dan op de bank springt. Hoe vaak gebeurt dat nou.  Ja, nou, dan was ik die hoes gewoon een keer meer en ik probeer haar af te drogen en daarna te laten drogen in de bench. Of we vinden het goed of we vinden het niet goed.”

Paul ging het eerste overstag. “ach, laat die hond toch. Als ze dat nou leuk vindt.”

Bij zulke conversaties slaapt McK altijd maar volgens mij volgt ze het van A tot Z. Dus McK mocht op de bank.
Maar dat was niet genoeg voor McK. Na een tijd begon ze op tafel te springen.
Natuurlijk eerst oefenen als wij niet in de kamer waren. Ik had natuurlijk al
lang gemerkt dat ze dat deed want een tulp belandt niet zo maar naast de vaas en de suikerpot valt niet zomaar om en een brief krijgt niet zomaar een afgekauwde hoek. En soms zag ik haar liggen als ik in een andere kamer was maar als ik dan binnenkwam lag ze steevast op haar bankje. Even uitrekken: “gut, heb ik geslapen zeg. Ben je er al lang?”

Echt betrappen deed ik haar nooit. Tot op een keer. Ze bepaalde meteen haar houding. “He, wat, waar moet ik vanaf? Verrek, hoe kom ik nou op die tafel. Zie je dat? Lig ik zomaar op de tafel te liggen. Nou ja!”

Ik heb het natuurlijk over de eettafel. Niet de salontafel, daar ligt ze al lang uitgestrekt op te slapen als we er even niet zijn.

Den Haag, 6-3-11

Poesie Tau

“Waarom noem je hem Poesie Tau”

“omdat ik dat een mooie naam vind.”

“maar hij heeft toch al een naam, hij heet toch McK.”

“toch vind ik Poesie Tau mooier. Gisteren vond ik Teddie mooi maar vanmorgen vond ik ineens Poesie Tau mooi.”

“maar waarom dan? Vorige week noemde je hem nog Poesie Lau.”

“ja, maar dat was een vergissing. Nu weet ik dat het Poesie Tau moet zijn.”

“maar het is helemaal geen poes, McK is een hondje.”

“ja, maar dan heb ik een hondje én een poesje. Snap je?”

“nee, ik snap er niets van. Hoe kun je nu een hondje en een poesje hebben.”

“nou, ik heb een hondje omdat Poesie Tau echt een hondje is en ik heb een poesje omdat ik hem Poesie Tau noem.”

Mijn buurmeisje van 9 keek me vertwijfeld aan. “kan ik ook een andere naam krijgen? Ik vind Esmé helemaal niet leuk.”

“natuurlijk, dan noem ik jou vandaag Lakmoesje.”

“en morgen, hoe noem je me dan morgen?”

“Poezelientje?”

“en dan”

“Hondje op twee poten”

Den Haag, 6-7-11

 

De cactus onder de honden

Toen we eenmaal hadden besloten om een terrier te nemen zijn we van verschillende kanten gewaarschuwd: eigenwijs, niet al te vriendelijk, moeilijk op te voeden, vechten…..

Eigenwijs                        ja

Niet al te vriendelijk         heel vriendelijk

Moeilijk op te voeden      ja ja ja

Vechten                          nee

Driftig                             ja

Maar het is gewoon de cactus onder de honden. Het stekelvarken zo gezegd.

De dierenarts zei: “je moet wel bedenken dat het een terrier is en die moet je goed laten weten wie de baas is”. Dit omdat McK zich niet zomaar in haar halsslagader wilde laten prikken. Het is grappig als je bedenkt dat we dat wel allemaal heel natuurlijk vinden van katten. Als die bij de dierenarts op tafel staat te blazen en zijn klauwen uitslaat zal niemand zeggen: pas maar op dat hij niet vals wordt. Nou, ik ben er niet zo bang voor dat McK vals wordt. Ik vind het  wel dapper als ze hevig protesteert als ik haar op pak om haar de kamer uit te zetten omdat ze niet wil stoppen met blaffen. Dan grauwt en gromt ze en “bijt” in mijn handen, maar ik heb nooit een krasje of een schrammetje. Ja, en als je
iets met haar doet wat ze echt niet wil (bv met trimmen) dan kan ze echt boos worden. Je kunt er dan hard tegen in gaan of je kunt haar heel zachtjes en geruststellend toespreken en kijk, dan verandert dat stekelige hondje op slag. “Oh, wil je even aan mijn kop plukken, zeg dat dan. Doe maar. Doe ook mijn staart maar even…”

Wij kwamen (heel lang geleden) eens bij een oude cactuskweker. Helemaal idolaat van zijn cactussen. Hij stond ze zelfs te aaien. “Doet dat geen pijn?” vroeg ik. “Welnee, als je maar de goede kant op aait” zei hij. En zo is het maar net.

Den Haag, 3-9-10