Oprutte!

Een  paar jaar geleden was Rutte een politicus die, als hij iets slims had gezegd, triomfantelijk de zaal doorkeek. Als hem iets naars werd toegevoegd keek hij betrapt, schuldig en lachte wat onnozel. Maar de Rutte van vandaag kan liegen of het gedrukt staat. Als een interviewer hem onaangenaam bejegend wordt hij niet meer onzeker of kwaad maar geeft rustig antwoord.

“Hij is enorm gegroeid” zeggen sommige mensen. Als ze daarmee bedoelen dat hij naar de toneelschool is geweest en daar een goeie
leerling was hebben ze gelijk. Het is een topacteur geworden. Hij kan ons
alles laten geloven.

Maar Rutte is, met de andere “leiders” van Europese landen het grote jongensspel aan het spelen is. Als hij ’s morgens wakker wordt denkt hij: “vandaag was er iets leuks, oh ja, vergadering in Brussel.” Als het fout loopt zijn ze geen van allen persoonlijk verantwoordelijk. Ze eten er geen boterham minder om, hebben zo weer een andere baan, dankzij het netwerk waar ze jaren aan gesleuteld hebben.  Het zijn machtsbeluste mensen die met de levens van andere spelen alsof het een potje monopoly is. Geld en Macht. Daar gaat het om.

Als, if, indien ik het voor het zeggen had moest elke politicus, vóór hij de politiek in mag, eerst een jaar vuilnisman zijn en in een volkswijk wonen. Ik denk dat je dan een aardige kijk krijgt op de samenleving.
Misschien zouden ze het zo weer vergeten zijn, maar heel misschien blijft er hier en daar wat hangen.

En voor wat Rutte betreft: Oprutte!

Den Haag, 11-11-14

 

Enkele reis euthanasie

Als mijn tijd gekomen is, als ik dat zelf vind, weet ik precies wat ik ga doen. Ik boek een enkele reis Siberië in de winter, koop daar 2 flessen van de allerbeste wodka, een blik van de heerlijkste kaviaar, een
blikopener en ga aan de kant van de weg dat op zitten eten en drinken. Dan zak ik vanzelf weg en val zachtjes in slaap.

Nee, nee, om te voorkomen dat ik dan halverwege spijt krijg en terug strompel naar de bewoonde wereld en halverwege door het ijs zak en toch nog verdrink, zal ik zelf mijn been moeten breken. Dus behalve 2 flessen  van de allerbeste wodka en een blik van de heerlijkste kaviaar en een blikopener, zal ik ook een reuzennotenkraker nodig hebben om mijn been te kunnen breken, zodat ik niet kan terug strompelen naar de
bewoonde wereld. Al met al toch wel een gedoe. Ik hoop tegen die tijd bij een begrafenisondernemer terecht te kunnen. Ik stel me zo voor dat die dan een kamertje heeft ingericht als een stukje Siberië, met wolf en al en dat ik daar dan even kan gaan zitten met die 2 flessen van de allerbeste wodka en een blik van de heerlijkste kaviaar. En dat hij dan, als een soort service, mijn been zal breken zodat ik niet ook nog die reuzennotenkraker nodig zal hebben om niet uit dat kamertje te kunnen komen als ik halverwege mijn drinkgelag spijt krijg.

Of misschien heeft die begrafenisondernemer dan wel een grote automaat staan waar je 2 flessen van de allerbeste wodka en een blik van de heerlijkste kaviaar kunt krijgen tegen 1 euro per stuk.  Per slot van rekening drink ik toch geen  2 flessen van de allerbeste wodka leeg. Ik
denk dat ik halverwege de eerste al zo kots ben dat ik dan vanzelf omval. Dan
kan Piet (de begrafenisondernemer) stiekem de tweede fles weer in zijn automaat
zetten. En dat blik kaviaar is natuurlijk nog dicht want hij had er geen
blikopener bij gedaan. Het blijven kruideniers.

 

Den Haag, 10-9-11

 

Het bonte zandoogje

Er is iets niet goed met mijn spamfilter want al drie dagen lang stroomt mijn mail weer vol met aanbiedingen voor penisvergroting, viagra,
afspraakjes, nephorloges en tassen, pokerspelletjes enz. enz. Ik maak deze mailtjes niet open maar de titel is al genoeg om je te doen huiveren. Vanmorgen had ik er 369. allemaal troep, kon zo de vuilnisbak in. Maar ja, je moet ze wel goed nakijken of er niet een gewone tussen zit. En ja hoor, 1. met als titel bonte zandoogje. Is het niet prachtig: 368 gore mails en dan een zo’n snoepie er bij van Vroege Vogels over het  bonte zandoogje. De wereld is zo slecht nog niet.

“Het leefgebied van het bonte zandoogje is het bos. Het mannetje heeft
meer puntige vleugelranden, en is scherper van tekening, zoals hier     goed te  zien is.”  Kijk op: www.vroegevogels.nl

Den Haag, 8-5-08

Het grote zwarte gat

Vorige week ging een vriendin met pensioen. Ze was al maanden zenuwachtig hierover. 24 jaar bij de thuiszorg gewerkt.  Ze organiseerde
zelf een borrel voor collega’s en oud collega’s die ze aardig vond en dat was dat. Ze had er zich enorm op verheugd en nu was het zo ver.

Wat ik niet begrijp is dat iedereen zo raar doet over mensen die ophouden met werken.

“Weet je al wat je gaat doen met al die vrije tijd?”

“Ben je niet bang dat je je gaat vervelen?”

“Nu ga je zeker lekker veel met vakantie?”

“Ik zou er nog niet aan moeten denken om met pensioen te gaan.”

“Jezus, de hele dag samen met je man….”  Enz. enz.

Wat een ophef wordt er gemaakt over dat met pensioen gaan.
En wat wordt dat werken “verheerlijkt”.

Het lijkt net of werk voor mensen een soort entertainment
is. Zo hoef je zelf niets te organiseren om de dag door te komen. Mensen zijn doodsbang zich te vervelen. Mensen zijn doodsbang alleen te zijn. Je moet vooral altijd omgeven worden door een groep want anders wordt het wel heel eng.

Vroeger zagen mensen er naar uit: ophouden met werken en lekker gaan doen wat je zelf wil. Tegenwoordig staat het gelijk met : er niet meer bij horen.

Nou, heerlijk, ik hoor er niet meer bij en ik geniet er nog elke dag van – nu al 4 jaar lang. Waarschijnlijk was ik de laatste jaren overwerkt,
overspannen, had ik last van een burn-out en noem het maar. Ik weet wel dat de eerste twee jaar als een soort roes waren. Ik was een beetje apathisch – ik had nergens zin in. Zeker niet om van alles met iedereen te gaan doen. Ik was gewoon op.

Vriendinnen maakten zich zorgen: dat kan toch niet. Ga dan
vrijwilligerswerk doen. Ga dan cursussen doen. Het kan toch niet dat je ineens niets gaat doen?

Maar ik had meteen voor mezelf al een taak bedacht: ik ga een boek schrijven. Heb ik nooit tijd voor gehad en altijd gewild. En met de dag
werd ik er ongelukkiger over. Tot ik bedacht: ik heb mijn hele leven gewerkt en heel hard. Ik ben altijd heel streng voor mezelf geweest. Nu stop ik met werken maar ik ga gewoon door met de zelfkastijding en moet van mezelf (en vooral van anderen) gewoon doorgaan. Is het niet met werken dan met cursussen, of vrijwilligers werk of een boek schrijven. Toen ik dat eenmaal besefte ben ik met alles gestopt. Een beetje het huishouden doen, tijd daarvoor hebben. Dat heb ik 40 jaar lang tussen de bedrijven door gedaan. En dat ging ook maar nu hoeft dat niet meer. En ik ontdek dat ik het helemaal niet zo erg vind. Je kunt lekker nadenken terwijl je stofzuigt, of strijkt. Schijnt de zon dan spoed ik mij naar buiten om boodschappen te doen. Dat kan nu, vrije keus. Weer lekker
veel planten – had ik jaren geen tijd voor. Lezen, eindeloos lezen. Wel elke morgen vroeg op – dat gaat er niet zo snel uit. En na twee jaar kwam ik weer een beetje tot mezelf. Eindelijk mag ik van mezelf. Mag ik me een dag niet zo lekker voelen en doe ik het rustig aan. En als ik zin heb om in een zwart gat te springen  dan doe ik dat gewoon.
Heeeerrrrrllllijkkkkk!

Den Haag, 31-3-08

 

Hielspoor

Ik was vanmorgen weer bij de masseur. Daar ben ik toevallig een jaar geleden terecht gekomen. Ik had hielspoor aan beide voeten en kon
nauwelijks lopen. Vreselijke pijn. De huisarts kon er niets aan doen en ook de orthopeed niet. Rust. Nou, dat had ik zeven maanden gedaan en het werd alleen maar erger. Naar een andere orthopeed. Oh, hielspoor – we laten even foto’s maken, dan weten we het zeker. En ja hoor, hielspoor, kijk maar, hier zie je het. In mijn hiel zag ik een heel klein haakje aan het bot vastzitten. En dat was (volgens de specialist)  de boosdoener.

“Ik laat nu een gipsbeentje aanmeten bij u, daardoor wordt de voet in de juiste stand gedwongen, u draagt dat ding ’s nachts – 6 weken lang.”

“Hoeft dat maar aan één been, ik heb het toch aan beide voeten?”

“Hoeft maar aan één been. Als het over 6 weken niet over is kunnen we het altijd nog opereren, maar ik denk dat het wel goed komt.”

“Als het te opereren is hoe kan het dan zomaar verdwijnen als ik zes weken zo’n gipsbeentje draag?” Ik snapte er niets van. “Mevrouw, probeert u dat nu maar over zes weken kijken we wel verder”. Het consult was duidelijk afgelopen.

Ik naar huis met mijn gipsbeen. Het was de achterkant + een schoentje eraan en dat moest ik dan met een sok eromheen ’s nachts dragen.

Ik kon er niet mee slapen. Kreeg vreselijke spierpijn en na tien slapeloze nachten dacht ik: dit kan nooit goed zijn. Ik stop. En toen kwam ik bij masseur Sander terecht.

Die zei wat heel anders. “Spierverklevingen in de kuit”. “Maar m’n hiel……” “Niks hiel, het komt door de spieren. Kijk, hier zit het.” Hij pakte
mijn enkel ergens beet en ik dacht: oh god, hij amputeert nu mijn voet. Zonder verdoving. Maar nee, het wees alleen maar de plek aan. En dat gaf me toch zo’n vertrouwen.

Ik moet zeggen: ik was liever geopereerd met verdoving want het los masseren van de vaste spieren deed afgrijselijk pijn, maar na drie keer
was ik zo goed als wat van de pijn in mijn voeten af. Hij masseerde alle
pijnlijke plekken (allemaal afvalstoffen) weg en zes weken later had ik nergens meer last van.

Ik vraag me af: wat zouden ze nou toch weggehaald hebben in mijn voet bij zo’n operatie??

Den Haag, 4-4-08

Ontbijten

Ik had vijf jaar alleen gewoond toen Paul in mijn leven kwam. Grappig dat je in de verschillende fasen van je leven bepaalde dingen zo verschillend gaat doen. Neem nu ontbijten. Toen Paul en ik pas samenwoonden hadden we ’s morgens een Engels ontbijt. Gebakken eieren met spek, verse jus, gebakken champignons met tomaten en soms zelfs gebakken of gegrilde vis. Heerlijk. Ik was graatmager dus dat maakte allemaal niets uit. En dan een grote pot sterke thee, met melk uiteraard, om alles weg te spoelen. Dan, helemaal gesterkt, konden we de dag weer aan en gingen ieder naar ons werk.

Toen kwamen de kinderen. Nog steeds met z’n allen ontbijten maar niet altijd van dat heftige gedoe. Geen gebakken visjes en zo. Soms nog
wel in het weekend maar door de weeks hadden we een normaal ontbijt: brinta, brood, fruit met thee, melk en jus. Wat ze maar wilden. Toen zoon Chrispijn zo’n jaar of 12 was werd het moeilijk om hem ’s morgens z’n bed uit te krijgen maar regel was regel: ontbijten moest en wel met elkaar. Dat hebben we volgehouden tot de kinderen de deur uit waren en/of klaar waren met school.

En toen ineens pats boem, ontbeten we helemaal niet meer. Dat wil zeggen: Paul ging ’s morgens naar zijn geliefde koffietent om daar een
kopje koffie en een broodje te nuttigen, samen met de ochtendkranten en ik bleef alleen achter met een grote pot thee, een boterham en een boek. En tot op heden doe ik dat nog steeds. ’s Morgens wakker worden met thee, brood en een boek. Heerlijk!  En eerlijk is eerlijk, ik sta ook niet meer zo vroeg op. Niet meer tegelijk met Paul. Hij gaat nog steeds ’s morgens heel vroeg de deur uit (kwart voor zeven) en ik sta rond
zeven uur op. Het huis is dan doodstil en dat hou ik zo. Ik pers een glas jus, zet thee en maak een bakje joghurt met muesli klaar of een boterham. Dan m’n boek, op de bank en een half uur ben ik dan in de zevende hemel.

Oh, ik houd veel van mijn teerbeminden, dat is het niet, maar ’s morgens langzaam wakker worden in je eigen tempo zonder dat je meteen in draf moet is een van de zegeningen van het ouder worden.

Den Haag, 1-4-08

Lamprei

Wat een prachtig woord. Lamprei. Proef het op je tong. Langzaam uitspreken: l a m p r e i . lekker he. Weet je wat het betekent: jong
konijn. Moer of voedster is een moeder konijn, ram of rammelaar is de vader en daar komt dan dat verrukkelijke jong: lamprei.

Lekker, gestoofde lamprei met prei. Hé nee, dat klinkt niet. Nee, nee, gestoofde lamprei met peultjes. Dat is beter. Dat de lamprei gestoofd
moet worden staat voor mij vast. Gebakken lamprei, of gegrilde lamprei, nee, dat is niets. Gestoofde lamprei. Alhoewel knapperig gegrilde lamprei-oortjes waarschijnlijk niet te versmaden zijn.

Wij hebben ooit eens een konijnennest gehad. De kinderen hadden twee enorme witte Vlaamse reuzen waarvan ons verzekerd was dat het
dameskonijnen waren. Zaten gezellig in hun hoge hok. Naast het hok was een grote gazen kooi waar ze tot 1.50 diep in de grond konden graven. Vanaf de zijkant van de kooi liep een trappetje naar beneden en dan zag je ze hup, met dat kittige staartje naar boven gekeerd de grond in verdwijnen. Soms samen, soms alleen. Hun heilige verstopplek. Wij kwamen daar nooit aan. Maar op een dag was een van de konijnen wel heel lang weg.

Bij het voorzichtig graven stuitten we op een plakje wit konijnen bont. Alsof een konijn daar z’n bontjasje had uitgetrokken. Een dikke laag witte konijnenhaartjes met wat grond ertussen. Wat hadden ze hier nou toch
gedaan? Verder graven, heel voorzichtig en toen oh, mijn god, vijf pasgeboren konijntjes. Vijf lampreitjes, zo gezegd. Wij als een gek iedereen bellen die iets van konijnen zou moeten weten. Niet aankomen, voorzichtig dichtmaken, zei de dierenarts. Vader weghalen, zei een fokker, want die eet ze op. Boeken, wat zeiden boeken: over dit speciale geval helemaal niets. Ok. Maar wie was de vader en wie was de moeder van deze twee dameskonijnen. Een kenner kwam aangesneld en haalde de boosdoener uit het hok. Gat heel voorzichtig toedekken, zodat het niet in zou storten. En vooral niet aan die lampreitjes komen. Nee, nee.

Duizend verontschuldigingen aan moeder konijn. Dit hadden we immers niet geweten.

Maar het is helaas slecht afgelopen met de vijf lampreitjes. De moeder nam ze stuk voor stuk mee naar boven in het hok en we vonden ze later
dood in het geurige hooi liggen.

We hebben ze niet gestoofd en de oortjes waren nog te klein.

Den Haag, 21-4-08

Oorbellen

Ik ben dol van oorbellen. Mijn hele leven al. Ik zal een jaar of vijf geweest zijn dat ik voor mijn verjaardag OORBELLEN vroeg. OK. Moest ik wel gaatjes laten prikken. Met mijn moeder ging ik naar een juwelier. Deze man prikte nog met een naald. Hij hield de naald boven een vlammetje – om te ontsmetten – vertelde dat hij hem dan liet afkoelen en vervolgens even een gaatje in mijn oorlel zou prikken. Wat hij dan daarna zou gaan doen heb ik nooit meer gehoord want ik ben de winkel uitgerend: rechtstreeks naar huis.

Mijn moeder was woedend. Ik had haar daar echt voor gek laten staan. Wat of ik wel dacht. Geen oorbellen dus. Maar een paar maanden daarna had ik, dacht ik, voldoende moed verzameld om het nu echt te laten doen.
Dit keer zou mijn tante meegaan. Een kordate vrouw die me van te voren
duidelijk maakte dat ik met die onzin bij haar niet aan hoefde te komen.

Nee, nee, natuurlijk niet. Daar dacht ik ook niet meer aan.
Ik had zulke mooie oorbellen gezien. Kleine zilveren dennenappeltjes met een rood eekhoorntje erop. Daar had ik alles voor over.

Tante en ik naar dezelfde juwelier. De man sprak me echt moed in: en geen gekkigheid deze keer jongedame. Ik stond te trillen van de
zenuwen maar Tante hield mijn arm in een ijzeren greep. Weer hetzelfde ritueel. Naald boven een vlammetje – om te ontsmetten, afkoelen en daar kwam die hand met de naald richting mijn oor. Ik rukte me los en rende de winkel uit rechtstreeks naar huis. Nu was het verkeken het grote geluk. Ik zou nooit meer oorbellen krijgen – alleen vreselijk op mijn kop.

Maar toch, vlak voor mijn verjaardag begon ik weer te dromen van die oorbellen. Af en toe liep ik langs de winkel. Eerst voorzichtig kijken
of die enge vent niet voor het raam stond en dan kwijlde ik bij het zien van al dat moois. En toen op school was er ineens een meisje dat ringetjes had. Ze vertelde vol trots dat het helemaal niet eng was geweest. Ze knijpen even in je oorlelletje en dan voel je er eigenlijk niets van. Oh, ik wist nu zeker dat ik durfde. Ik rende naar huis om ieder het heuglijke nieuws te vertellen. Weet je het zeker? Vroeg mijn moeder. Ja, ja, ik wist het zeker.

Samen gingen we naar de winkel. Dit keer werden we door een
mevrouw geholpen. Mijn moeder vertelde dat ik een geval apart was en bij het zien van de naald al meteen de benen had genomen en wel tot twee keer toe. Dat kan ik me best voorstellen hoor, zei de vrouw. Maar ik doe het nooit met een naald. Mijn vader wel. Ik gebruik dit apparaatje. Kijk, hier gaat een ringetje in en dat schiet ik dan zo in je oorlelletje. Het doet echt geen pijn. Zal ik het doen? Vol vertrouwen hief ik mijn hoofd, deed mijn ogen dicht en was dapper. Knap, een raar gevoel maar geen pijn. Zo, zei ze, een hebben we al gehad nu de ander nog. Ik voelde me geweldig. Over zes weken zou ik de mooie zilveren eikeltjes met de eekhoorntjes krijgen.

Den Haag, 9-4-08

Sporten

Ik probeer twee keer per week te sporten. Op de sportschool. Dat heb ik van mijn leven nog niet eerder gedaan. Wel heb ik vroeger getennist,
paardgereden, geballet, gesquasht tot mijn knieën er van braken, gelopen, gehandbald, gefietst maar nog nooit op een sportschool. Maar ja, ik wil soepel blijven, nog soepeler worden en ik wil van al die pijntjes af. Misschien helpt het wel.
Forget it. Je krijgt er pijntjes bij en niet zo weinig ook. Jezus. Ik wist niet
dat ik daar en daar ook spieren had.

Ik sport met een “personal coach”. Dat moet ik wel want ik zou toch echt niet weten waar b.v. de kinesis-wand voor is. Een soort rvs-kabels die uit de muur of grond komen. Daar zitten gewichten achter – die ik gelukkig niet zie  en dan kun je daarmee oefenen. En iedere keer als ik denk nu weet ik het verzint mijn “personal coach” weer een andere oefening met die touwen.

Iedere keer heb ik spierpijn, wat volgens haar goed is want dan hebben we weer “een ongebruikte spiergroep” aangeboord maar ik moet eerlijk
zeggen dat ik me na afloop erg voldaan voel als ik naar huis kruip.

Na het sporten mag ik van mezelf in het “Turkse bad”. Sauna
heb ik de pest aan maar toen ik hier eenmaal in geweest was, was ik verkocht. Ik doe daar meteen ademhalingsoefeningen, want zo maar 15
minuten zitten te niksen, zit niet in mijn systeem.

Op dinsdag ga ik “alleen” sporten. Zonder die bemoeial bedoel ik. Dan loop ik een half uur, fiets een half uur en doe een half uur apparaten
of als ik nog een oefening heb onthouden de kinesis-wand. Daarna hup in mijn Turkse bad. Dat vind ik zo lekker dat ik erover denk om drie keer per
week te gaan. Drie keer sporten en dan mag ik drie keer in dat stoombad. Misschien kan ik twee keer sporten en dan 1 keer alleen dat stoombad doen. Ik voel heus wel dat dat ook goed is voor mijn oude botten.          En stel, stel, dat ik eens een keer heel veel spierpijn heb, dan kan ik toch ook wel eens dat sporten overslaan en toch in dat stoombad?

Of alleen in dat stoombad? Elke dag? Het is tenslotte bij
mij om de hoek. Ja, en dat ik dan dat sporten oversla….  Hhmmmm.

Den Haag, 4-4-08

Het diner

Etentje bij vrienden met een schoonzusje en haar man en die achterlijke zus van xx en haar man. Ze wonen in Baarn en hij doet heel denigrerend over andere nationaliteiten “behalve als het Engelse of Amerikanen of Fransen zijn, ……..wat jij………(vette knipoog)….. en Marokkanen en Turken…..maar dan alleen om schoon te maken…” bulderende lach.…..

“als je bij ons niet in de gemeenteraad zit stel je geen ruk voor.”

Ik: “dat is bij ons ook zo, godverdomme.”

Hij – verrast: “zit jij dan ook in de gemeenteraad?”

Ik: “nee, ik stel geen ruk voor!”

Den Haag, 7-3-11