Alberts Wietplanten

Ik zat op kantoor toen mijn vrouw belde.: “met v.d. Stal.”

“Albert, met mij. Je moet onmiddellijk naar huis komen. Het
huis zit vol politieagenten en ze hebben het slot uit de voordeur geboord en
zijn zo naar binnen gekomen.”

“Waarom heb je ze dan niet gewoon binnen gelaten?”

“Ik was niet thuis. Ik was zwemmen met de kinderen en toen
ik thuis kwam waren al die agenten er.”

“Waarom zijn er agenten in ons huis. Wat is er gebeurd.” Ik
raak niet gauw in paniek maar dacht nu wel dat dit gek was.

“Ze denken dat we een wietplantage hebben.”

“Maar we hebben geen wietplantage.”

“En ze zijn nu de kinderen aan het ondervragen.”

“Dat moet je gewoon niet goedvinden. Maar waarom ondervragen
ze de kinderen dan?”

“Omdat ik niet met ze wil praten. Ik heb gezegd dat ze het
huis uit moesten en toen ze dat niet wilden werd ik zo verschrikkelijk kwaad.
Ik praat niet met die schoften. Ze hebben de voordeur ingetrapt. Jij moet
onmiddellijk van kantoor thuis komen.”

“Ik kom helemaal niet thuis. Ik blijf lekker op kantoor. Gooi
die agenten gewoon het huis uit. Dit is te gek voor woorden.”

“De kinderen zijn ze nu aan het rondleiden.”

“Geef een van die agenten aan de telefoon. Dit moet
afgelopen zijn.”

“Met agent van Dam.”

“Met v.d. Stal hier. Wat is dat allemaal voor onzin. Wat
doen jullie in mijn huis.”

“We hebben een melding gekregen dat zich hier een
wietplantage bevindt. Wij doen dus een inval.”

“En, heb je je wiet al gevonden?”

“Nee. Uw kinderen laten nu alle verborgen plekken in huis
zien. We komen er wel achter.”

“Nou dan kan je lang zoeken meneer de agent. Hoe komen
jullie daar eigenlijk bij.”

“We hebben een tip gekregen.”

“Een tip. Wat bedoel je met een tip. Een tip van wie.”

“Dat mogen we niet zeggen meneer. Maar toen zijn we gaan
kijken met warmtesensoren en het blijkt dat uw kelder warmer is dan die van uw
buren.”

“Hoeveel warmer?”

“Niet veel, maar toch warmer.”

“Nou gaat u maar lekker naar wiet zoeken, ik ga weer verder
met mijn werk. Als er iets is dan belt u me maar. Mijn vrouw heeft mijn nummer.
En oh, ja agent. Ik wil wel dat mijn voordeur hersteld wordt.”

Ik legde de telefoon neer en dacht na wat ik nu moest doen.
Ik had geen wietplantage maar ik dacht wel te weten van wie die tip kwam.
Waarschijnlijk van die kwal die naast ons woonde. Ik had wel vier wietplanten
in de tuin staan. Ze stonden er prachtig bij. Maar dat ging ik niet aan die
agent vertellen, dat zocht hij maar lekker zelf uit. Ik belde met mijn
rechtsbijstandverzekering en legde de situatie uit. Wie ging bijvoorbeeld de
voordeur betalen? Mocht ik nu wel of niet vier wietplanten in mijn achtertuin
hebben. Mochten ze zomaar binnenvallen. Mochten ze zomaar kinderen ondervragen.

Later hoorde ik van mijn vrouw dat de kinderen er in elk
geval geen traumatische ervaring van hadden overgehouden. Ze hadden blij van
zin al mijn knutselwerk in huis laten zien. Ik ben een echte doe-het-zelver. En
ik wil dat mijn gezin weet dat ik uren bezig ben met leidingen trekken en met
plafonnetjes dichttimmerren. Vlierringen opruim en van elektriciteit voorzie enz.
enz. Mijn dochter had dat ook allemaal trots laten zien. Toen haar werd
gevraagd over leidingen zei ze: “over leidingen weet ik niets maar ik weet wel
dat pappa heel moeilijke elektriciteit heeft aangelegd.” Vervolgens had ze de
kwijlende agenten mee naar vierhoog genomen, dan weer naar de kelder. Al naar
gelang het haar inviel. Dat heb je zo als je elf jaar bent. Volgorde speelt dan
nog niet zo’n rol. Toen de agenten na twintig minuten door het huis gejaagd te
zijn nog niets hadden gevonden zag één van hen de vier boosdoeners in de tuin
staan. Ha, ha, toch niet helemaal voor niets, deze inval.

Ze wilden het bewijs meenemen. Mijn vrouw belde mij weer.

Ik was inmiddels wat wijzer geworden bij mijn
rechtsbijstandsverzekering en zei mijn vrouw dat ze de planten wel mee mochten
nemen maar dat ze de agenten eerst moest vragen of we een boete kregen. Ze kon
ook vast aanbieden dat we afstand wilden doen van de planten, maar daarvoor in
de plaats dan wel een verklaring van de politie moest hebben dat ze vrijwillig
afstand had gedaan en dat er verder geen straf zou volgen.

Om vijf uur stapte ik vrolijk op mijn fiets. Waar zou ik
eens een nieuwe voordeur gaan kopen die zoete lieve Gerrit voor mij zou
betalen? Ik had thuis genoeg folders liggen. Daar ging ik vanavond eens naar
kijken. Eigenlijk helemaal niet zo’n slecht idee: je hebt een nieuwe voordeur
nodig: zet vier wietplantjes in je tuin, belt zelf de politie met een tip en
kijk: ze trappen er in. Letterlijk en figuurlijk.