Oprutte!

Een  paar jaar geleden was Rutte een politicus die, als hij iets slims had gezegd, triomfantelijk de zaal doorkeek. Als hem iets naars werd toegevoegd keek hij betrapt, schuldig en lachte wat onnozel. Maar de Rutte van vandaag kan liegen of het gedrukt staat. Als een interviewer hem onaangenaam bejegend wordt hij niet meer onzeker of kwaad maar geeft rustig antwoord.

“Hij is enorm gegroeid” zeggen sommige mensen. Als ze daarmee bedoelen dat hij naar de toneelschool is geweest en daar een goeie
leerling was hebben ze gelijk. Het is een topacteur geworden. Hij kan ons
alles laten geloven.

Maar Rutte is, met de andere “leiders” van Europese landen het grote jongensspel aan het spelen is. Als hij ’s morgens wakker wordt denkt hij: “vandaag was er iets leuks, oh ja, vergadering in Brussel.” Als het fout loopt zijn ze geen van allen persoonlijk verantwoordelijk. Ze eten er geen boterham minder om, hebben zo weer een andere baan, dankzij het netwerk waar ze jaren aan gesleuteld hebben.  Het zijn machtsbeluste mensen die met de levens van andere spelen alsof het een potje monopoly is. Geld en Macht. Daar gaat het om.

Als, if, indien ik het voor het zeggen had moest elke politicus, vóór hij de politiek in mag, eerst een jaar vuilnisman zijn en in een volkswijk wonen. Ik denk dat je dan een aardige kijk krijgt op de samenleving.
Misschien zouden ze het zo weer vergeten zijn, maar heel misschien blijft er hier en daar wat hangen.

En voor wat Rutte betreft: Oprutte!

Den Haag, 11-11-14

 

Onenightstand

Anouk omhelsde haar zus stevig. “Wat heerlijk om je weer te zien. Hoe was de reis? Ga je morgen naar de trouwerij? …….”

Marijke lachte.  “Wat ben ik blij dat ik er ben.” Anouk nam de reistas over. “Natuurlijk ga ik morgen naar de trouwerij. Ik blijf veertien dagen en ik logeer zoals altijd in Het Witte Huis. Je bent een schat dat je me af bent komen halen.”

Marijke kuste haar zus op haar wangen. “Je ziet er goed uit zeg. Ben je verliefd of zo?”

Anouk grijnsde ondeugend. “Yes!, ik ben verliefd. Ik zal het je allemaal vertellen vanavond, als wij samen gaan stappen.”

“Oh nee. Ik heb net een reis van 22 uur achter de rug, ik ben doodmoe en als ik morgen naar de trouwerij ga wil ik er niet als een vaatdoek uitzien. Ik ga naar mijn hotel, neem een lekker warm bad en dan met een boek naar bed. De rest van de 14 dagen zijn voor jou.” Marijke geeuwde
uitgebreid.

“Hé get, je wordt een oud wijf. Je kunt wel zien dat ik tien jaar jonger ben.” Lachend gaf Anouk Marijke een duwtje en samen liepen ze naar
de uitgang van Schiphol en naar de auto van Anouk.

In het hotel pakte ze haar koffer uit, lag lekker lang in bad, waste haar haar, lakte haar nagels en ging in haar kamerjas op bed liggen met haar boek. 19.30 uur. Toen pas besefte ze dat ze een razende trek had. Ze stond op,  trok een eenvoudig zwart jurkje aan, stak haar blonde krullen op, stifte haar lippen en liep naar beneden. Het was vol in het kleine restaurant. Er stond een lange man bij de ingang. “Dag Tom, wat leuk dat
ik je zie. Kan ik nog wat te eten krijgen? Iets simpels. Hoe is het met Door en de kinderen?” Terwijl Tom haar naar haar tafeltje bracht vertelde hij dat zijn gezin het uitstekend maakte. “Heb je vakantie of zo?” “Ja, ook, maar ik ben hier voor het zoveelste huwelijk van mijn moeder. Ze gaat morgen trouwen: voor de vijfde keer. Ze mailde me: “dit keer op huwelijkse voorwaarden” met de datum en de tijd. Ik heb mijn familie zo’n tijd niet gezien en nu kan ik het mooi combineren. Ik verheug me erop. Wat is het trouwens druk vanavond. Het ziet er allemaal goed uit Tom.” Tom, ober, barkeeper, manusje van alles maar ook de eigenaar van het hotel, straalde.

Marijke ging aan het tafeltje zitten. “Wat kun je me aanraden?”

“Neem de tong, die is heerlijk. Een lekkere salade erbij, gebakken aardappelen. Simpel maar lekker en zal ik je vast een glas wijn brengen?”

Marijke keek om zich heen. Het was een gezellig geroezemoes.
Naast haar was nog een tafeltje voor 1 persoon. Er zat een slanke man aan met donker haar. Terwijl haar ogen over hem heen gleden keek hij plotseling op. Een smal intelligent gezicht met onwaarschijnlijk blauwe ogen die haar recht aankeken. Ze voelde haar wangen warm worden en knikte hem toe. Hij glimlachte en ging verder met zijn maaltijd.

De tong was inderdaad heerlijk. Toen ze klaar was stond ze op. Tom kwam naar haar toe. “nog een glas cognac aan de bar Marijke?” Ze knikte en liepen samen  naar de bar. Ze wisselden nieuwtjes uit. De
man van het tafeltje naast haar kwam ook naar de bar en ging naast haar zitten.
“Tom, geef mij ook maar zo’n glas. Mag ik me even voorstellen? Emile Vervére.” En hij keek haar weer aan met die intense blauwe blik.

“Marijke de Winter”.

“Marijke en ik zijn oude vrienden” zei Tom tegen Emile. “Emile is hier regelmatig te gast.”

Marijke en Emile schudden elkaar de hand. Het leek wel of er vonken oversprongen. Marijke kreeg weer een kleur.

“Zo jongens, ik ga eens in de keuken kijken en Emile wil vast wel de honneurs waarnemen, nietwaar Emile?” Die knikte.

“O.K. Tom, ik zie je nog wel. Doe ze thuis de groeten van me.”

Tom gaf haar een kus op haar wang, zei Emile gedag en verdween.

“Zo te zien is Tom nogal op je gesteld” zei Emile.

“Tom is een schat. Wat doe jij zoal op een doordeweekse avond in Den Haag?”

“Behalve nu op jou passen? Zaken. En jij?”

“Familiebezoek. Maar ik wil nooit bij de familie logeren.”

“Zal ik je nog eens inschenken?” Emile pakte de cognacfles die nog op de bar stond. “Mooie cognac voor een mooie vrouw.”

“Vleier” zei ze luchtig, maar haar hart bonkte in haar keel.

Na een kwartier stond ze op. “Emile, ik ga naar boven want ik ben hondsmoe. Leuk je ontmoet te hebben. ”

“Wacht, ik loop met je mee.” Hij gaf haar een arm  en samen liepen ze de trap op. Voor haar deur bleef hij staan en stak de fles cognac omhoog: “nog 1 afzakkertje?”

Ze werd ’s nachts om 3 uur wakker met een enorme dorst. Naast haar lag Emile. Ze glimlachte en maakte hem wakker. “Emile, je moet weg want je moest ergens heel vroeg zijn zei je. Van mij mag je blijven liggen.” Ze
kuste hem, draaide zich om en viel meteen weer in slaap. Toen ze om 8 uur weer wakker werd was Emile verdwenen.

Marijke nam een douche en kleedde zich zorgvuldig. Werkte de wallen onder haar ogen weg en maakte zich bescheiden op. Ze neuriede zachtjes. Ze ging meteen naar het stadhuis. Om 10 uur was de trouwerij.

In het oude stadhuis op de Groenmarkt zag ze haar moeder. “Mam, mam…” Haar adem stokte in haar keel. Haar moeder draaide zich om en zei: “schat, wat heerlijk dat je kon komen. Hier is mijn andere schat, Emile Vervére. Ik dacht even dat deze trouwerij niet door kon gaan want Emile kwam vannacht om 4 uur thuis van een zakenreis. Hondsmoe maar tevreden, zoals hij zei. Emile, darling, dit is mijn oudste dochter Marijke…….”

Marijke keek in een paar onwaarschijnlijk blauwe ogen.

Den Haag, 13-8-11

Geld, macht en andere zaken

Rutte is naar de koningin gehold en heeft gezegd: “Majesteit, het is me niet gelukt met die Wilders. Hij wil niet. Sorry dat we wat miljarden er door heen gejaagd hebben, maar ja, u en ik majesteit zullen daar niet zoveel
van merken ha, ha, ha. Dat is alleen maar voor het klootjesvolk. Pardon. Dat had ik niet zo mogen zeggen.”

De tweede kamer is nu veranderd in een bijenkorf. Iedereen praat met iedereen en zij gaan nu bewijzen dat ze met z’n allen in twee dagen
kunnen wat Rutte in 7 weken niet is gelukt.

Geld, macht en macht en geld. Daar draait het om. Niet om het landsbelang maar om eigenbelang.

Maar wat zijn mensen toch leuke beesten. Terwijl een groot deel van de Nederlandse bevolking probeert omhoog te klimmen en onderweg
iedereen die hem in de weg zit naar beneden trapt is een ander deel van de Nederlandse bevolking met hele andere dingen bezig.

Zo was ik gisteren is het museum Meermanno Westrenianum.
Elke woensdag om 13.00 uur kun je daar hun laatst verworven schat zien. Een miniatuur bibliotheek. Naar een voorbeeld van de bibliotheek van de Engelse koningin Victoria.

En ik keek vanmorgen op de site van Vroege Vogels en daar
las ik dat een heel team zich bezig houdt met otter Henk. Otter Henk is in de Weerribben gevonden als een kleuterotter van 3 maanden oud zonder ouders. Dan kunnen ze nog niet voor zichzelf zorgen dus is hij naar de otteropvang gebracht. Nu is hij groot genoeg om wel voor zichzelf te zorgen en zal hij worden teruggeplaatst in de natuur. Volgens de wet moet hij dan terug naar de Weerribben. Maar zoals zo vaak weet de wet er niets van want, zeggen de deskundigen op dit gebied: “In de weerribben zitten al 60 otters. Als je zo’n jonge otter daar terug zou plaatsen dan wordt hij weggepest. Zij hebben nu een gebied bij Doesburg gevonden waar al wel een vrouwtjesotter zit (die geen familie van hem is) en daar gaat Henk nu feestvieren. Kijk, dat zijn nog eens leuke nieuwtjes.

Den Haag, 26-4-12

Lachebekjes

Ik erger me dood aan TV programma’s waar veel in gelachen wordt. Dom gedoe. Je bek wijd open alsof je bij een paardenkeuring bent. En
zo’n lach glijdt er ook zo weer vanaf zodra ze denken dat ze niet meer in beeld zijn. Je hebt er ook bij die voor alle zekerheid altijd die bek open doen voor de keuring. En nu heb ik toch stil plezier. De tandartsen worden uit het ziekenfondspakket gehaald. Dus dadelijk heeft iedereen weer rotte tanden. Nou, dan zul je zien dat Nederland een stuk minder “vrolijk” is.

Den Haag, 24-9-11

Enkele reis euthanasie

Als mijn tijd gekomen is, als ik dat zelf vind, weet ik precies wat ik ga doen. Ik boek een enkele reis Siberië in de winter, koop daar 2 flessen van de allerbeste wodka, een blik van de heerlijkste kaviaar, een
blikopener en ga aan de kant van de weg dat op zitten eten en drinken. Dan zak ik vanzelf weg en val zachtjes in slaap.

Nee, nee, om te voorkomen dat ik dan halverwege spijt krijg en terug strompel naar de bewoonde wereld en halverwege door het ijs zak en toch nog verdrink, zal ik zelf mijn been moeten breken. Dus behalve 2 flessen  van de allerbeste wodka en een blik van de heerlijkste kaviaar en een blikopener, zal ik ook een reuzennotenkraker nodig hebben om mijn been te kunnen breken, zodat ik niet kan terug strompelen naar de
bewoonde wereld. Al met al toch wel een gedoe. Ik hoop tegen die tijd bij een begrafenisondernemer terecht te kunnen. Ik stel me zo voor dat die dan een kamertje heeft ingericht als een stukje Siberië, met wolf en al en dat ik daar dan even kan gaan zitten met die 2 flessen van de allerbeste wodka en een blik van de heerlijkste kaviaar. En dat hij dan, als een soort service, mijn been zal breken zodat ik niet ook nog die reuzennotenkraker nodig zal hebben om niet uit dat kamertje te kunnen komen als ik halverwege mijn drinkgelag spijt krijg.

Of misschien heeft die begrafenisondernemer dan wel een grote automaat staan waar je 2 flessen van de allerbeste wodka en een blik van de heerlijkste kaviaar kunt krijgen tegen 1 euro per stuk.  Per slot van rekening drink ik toch geen  2 flessen van de allerbeste wodka leeg. Ik
denk dat ik halverwege de eerste al zo kots ben dat ik dan vanzelf omval. Dan
kan Piet (de begrafenisondernemer) stiekem de tweede fles weer in zijn automaat
zetten. En dat blik kaviaar is natuurlijk nog dicht want hij had er geen
blikopener bij gedaan. Het blijven kruideniers.

 

Den Haag, 10-9-11

 

Het bonte zandoogje

Er is iets niet goed met mijn spamfilter want al drie dagen lang stroomt mijn mail weer vol met aanbiedingen voor penisvergroting, viagra,
afspraakjes, nephorloges en tassen, pokerspelletjes enz. enz. Ik maak deze mailtjes niet open maar de titel is al genoeg om je te doen huiveren. Vanmorgen had ik er 369. allemaal troep, kon zo de vuilnisbak in. Maar ja, je moet ze wel goed nakijken of er niet een gewone tussen zit. En ja hoor, 1. met als titel bonte zandoogje. Is het niet prachtig: 368 gore mails en dan een zo’n snoepie er bij van Vroege Vogels over het  bonte zandoogje. De wereld is zo slecht nog niet.

“Het leefgebied van het bonte zandoogje is het bos. Het mannetje heeft
meer puntige vleugelranden, en is scherper van tekening, zoals hier     goed te  zien is.”  Kijk op: www.vroegevogels.nl

Den Haag, 8-5-08

Het grote zwarte gat

Vorige week ging een vriendin met pensioen. Ze was al maanden zenuwachtig hierover. 24 jaar bij de thuiszorg gewerkt.  Ze organiseerde
zelf een borrel voor collega’s en oud collega’s die ze aardig vond en dat was dat. Ze had er zich enorm op verheugd en nu was het zo ver.

Wat ik niet begrijp is dat iedereen zo raar doet over mensen die ophouden met werken.

“Weet je al wat je gaat doen met al die vrije tijd?”

“Ben je niet bang dat je je gaat vervelen?”

“Nu ga je zeker lekker veel met vakantie?”

“Ik zou er nog niet aan moeten denken om met pensioen te gaan.”

“Jezus, de hele dag samen met je man….”  Enz. enz.

Wat een ophef wordt er gemaakt over dat met pensioen gaan.
En wat wordt dat werken “verheerlijkt”.

Het lijkt net of werk voor mensen een soort entertainment
is. Zo hoef je zelf niets te organiseren om de dag door te komen. Mensen zijn doodsbang zich te vervelen. Mensen zijn doodsbang alleen te zijn. Je moet vooral altijd omgeven worden door een groep want anders wordt het wel heel eng.

Vroeger zagen mensen er naar uit: ophouden met werken en lekker gaan doen wat je zelf wil. Tegenwoordig staat het gelijk met : er niet meer bij horen.

Nou, heerlijk, ik hoor er niet meer bij en ik geniet er nog elke dag van – nu al 4 jaar lang. Waarschijnlijk was ik de laatste jaren overwerkt,
overspannen, had ik last van een burn-out en noem het maar. Ik weet wel dat de eerste twee jaar als een soort roes waren. Ik was een beetje apathisch – ik had nergens zin in. Zeker niet om van alles met iedereen te gaan doen. Ik was gewoon op.

Vriendinnen maakten zich zorgen: dat kan toch niet. Ga dan
vrijwilligerswerk doen. Ga dan cursussen doen. Het kan toch niet dat je ineens niets gaat doen?

Maar ik had meteen voor mezelf al een taak bedacht: ik ga een boek schrijven. Heb ik nooit tijd voor gehad en altijd gewild. En met de dag
werd ik er ongelukkiger over. Tot ik bedacht: ik heb mijn hele leven gewerkt en heel hard. Ik ben altijd heel streng voor mezelf geweest. Nu stop ik met werken maar ik ga gewoon door met de zelfkastijding en moet van mezelf (en vooral van anderen) gewoon doorgaan. Is het niet met werken dan met cursussen, of vrijwilligers werk of een boek schrijven. Toen ik dat eenmaal besefte ben ik met alles gestopt. Een beetje het huishouden doen, tijd daarvoor hebben. Dat heb ik 40 jaar lang tussen de bedrijven door gedaan. En dat ging ook maar nu hoeft dat niet meer. En ik ontdek dat ik het helemaal niet zo erg vind. Je kunt lekker nadenken terwijl je stofzuigt, of strijkt. Schijnt de zon dan spoed ik mij naar buiten om boodschappen te doen. Dat kan nu, vrije keus. Weer lekker
veel planten – had ik jaren geen tijd voor. Lezen, eindeloos lezen. Wel elke morgen vroeg op – dat gaat er niet zo snel uit. En na twee jaar kwam ik weer een beetje tot mezelf. Eindelijk mag ik van mezelf. Mag ik me een dag niet zo lekker voelen en doe ik het rustig aan. En als ik zin heb om in een zwart gat te springen  dan doe ik dat gewoon.
Heeeerrrrrllllijkkkkk!

Den Haag, 31-3-08

 

Hielspoor

Ik was vanmorgen weer bij de masseur. Daar ben ik toevallig een jaar geleden terecht gekomen. Ik had hielspoor aan beide voeten en kon
nauwelijks lopen. Vreselijke pijn. De huisarts kon er niets aan doen en ook de orthopeed niet. Rust. Nou, dat had ik zeven maanden gedaan en het werd alleen maar erger. Naar een andere orthopeed. Oh, hielspoor – we laten even foto’s maken, dan weten we het zeker. En ja hoor, hielspoor, kijk maar, hier zie je het. In mijn hiel zag ik een heel klein haakje aan het bot vastzitten. En dat was (volgens de specialist)  de boosdoener.

“Ik laat nu een gipsbeentje aanmeten bij u, daardoor wordt de voet in de juiste stand gedwongen, u draagt dat ding ’s nachts – 6 weken lang.”

“Hoeft dat maar aan één been, ik heb het toch aan beide voeten?”

“Hoeft maar aan één been. Als het over 6 weken niet over is kunnen we het altijd nog opereren, maar ik denk dat het wel goed komt.”

“Als het te opereren is hoe kan het dan zomaar verdwijnen als ik zes weken zo’n gipsbeentje draag?” Ik snapte er niets van. “Mevrouw, probeert u dat nu maar over zes weken kijken we wel verder”. Het consult was duidelijk afgelopen.

Ik naar huis met mijn gipsbeen. Het was de achterkant + een schoentje eraan en dat moest ik dan met een sok eromheen ’s nachts dragen.

Ik kon er niet mee slapen. Kreeg vreselijke spierpijn en na tien slapeloze nachten dacht ik: dit kan nooit goed zijn. Ik stop. En toen kwam ik bij masseur Sander terecht.

Die zei wat heel anders. “Spierverklevingen in de kuit”. “Maar m’n hiel……” “Niks hiel, het komt door de spieren. Kijk, hier zit het.” Hij pakte
mijn enkel ergens beet en ik dacht: oh god, hij amputeert nu mijn voet. Zonder verdoving. Maar nee, het wees alleen maar de plek aan. En dat gaf me toch zo’n vertrouwen.

Ik moet zeggen: ik was liever geopereerd met verdoving want het los masseren van de vaste spieren deed afgrijselijk pijn, maar na drie keer
was ik zo goed als wat van de pijn in mijn voeten af. Hij masseerde alle
pijnlijke plekken (allemaal afvalstoffen) weg en zes weken later had ik nergens meer last van.

Ik vraag me af: wat zouden ze nou toch weggehaald hebben in mijn voet bij zo’n operatie??

Den Haag, 4-4-08

Ontbijten

Ik had vijf jaar alleen gewoond toen Paul in mijn leven kwam. Grappig dat je in de verschillende fasen van je leven bepaalde dingen zo verschillend gaat doen. Neem nu ontbijten. Toen Paul en ik pas samenwoonden hadden we ’s morgens een Engels ontbijt. Gebakken eieren met spek, verse jus, gebakken champignons met tomaten en soms zelfs gebakken of gegrilde vis. Heerlijk. Ik was graatmager dus dat maakte allemaal niets uit. En dan een grote pot sterke thee, met melk uiteraard, om alles weg te spoelen. Dan, helemaal gesterkt, konden we de dag weer aan en gingen ieder naar ons werk.

Toen kwamen de kinderen. Nog steeds met z’n allen ontbijten maar niet altijd van dat heftige gedoe. Geen gebakken visjes en zo. Soms nog
wel in het weekend maar door de weeks hadden we een normaal ontbijt: brinta, brood, fruit met thee, melk en jus. Wat ze maar wilden. Toen zoon Chrispijn zo’n jaar of 12 was werd het moeilijk om hem ’s morgens z’n bed uit te krijgen maar regel was regel: ontbijten moest en wel met elkaar. Dat hebben we volgehouden tot de kinderen de deur uit waren en/of klaar waren met school.

En toen ineens pats boem, ontbeten we helemaal niet meer. Dat wil zeggen: Paul ging ’s morgens naar zijn geliefde koffietent om daar een
kopje koffie en een broodje te nuttigen, samen met de ochtendkranten en ik bleef alleen achter met een grote pot thee, een boterham en een boek. En tot op heden doe ik dat nog steeds. ’s Morgens wakker worden met thee, brood en een boek. Heerlijk!  En eerlijk is eerlijk, ik sta ook niet meer zo vroeg op. Niet meer tegelijk met Paul. Hij gaat nog steeds ’s morgens heel vroeg de deur uit (kwart voor zeven) en ik sta rond
zeven uur op. Het huis is dan doodstil en dat hou ik zo. Ik pers een glas jus, zet thee en maak een bakje joghurt met muesli klaar of een boterham. Dan m’n boek, op de bank en een half uur ben ik dan in de zevende hemel.

Oh, ik houd veel van mijn teerbeminden, dat is het niet, maar ’s morgens langzaam wakker worden in je eigen tempo zonder dat je meteen in draf moet is een van de zegeningen van het ouder worden.

Den Haag, 1-4-08

Lamprei

Wat een prachtig woord. Lamprei. Proef het op je tong. Langzaam uitspreken: l a m p r e i . lekker he. Weet je wat het betekent: jong
konijn. Moer of voedster is een moeder konijn, ram of rammelaar is de vader en daar komt dan dat verrukkelijke jong: lamprei.

Lekker, gestoofde lamprei met prei. Hé nee, dat klinkt niet. Nee, nee, gestoofde lamprei met peultjes. Dat is beter. Dat de lamprei gestoofd
moet worden staat voor mij vast. Gebakken lamprei, of gegrilde lamprei, nee, dat is niets. Gestoofde lamprei. Alhoewel knapperig gegrilde lamprei-oortjes waarschijnlijk niet te versmaden zijn.

Wij hebben ooit eens een konijnennest gehad. De kinderen hadden twee enorme witte Vlaamse reuzen waarvan ons verzekerd was dat het
dameskonijnen waren. Zaten gezellig in hun hoge hok. Naast het hok was een grote gazen kooi waar ze tot 1.50 diep in de grond konden graven. Vanaf de zijkant van de kooi liep een trappetje naar beneden en dan zag je ze hup, met dat kittige staartje naar boven gekeerd de grond in verdwijnen. Soms samen, soms alleen. Hun heilige verstopplek. Wij kwamen daar nooit aan. Maar op een dag was een van de konijnen wel heel lang weg.

Bij het voorzichtig graven stuitten we op een plakje wit konijnen bont. Alsof een konijn daar z’n bontjasje had uitgetrokken. Een dikke laag witte konijnenhaartjes met wat grond ertussen. Wat hadden ze hier nou toch
gedaan? Verder graven, heel voorzichtig en toen oh, mijn god, vijf pasgeboren konijntjes. Vijf lampreitjes, zo gezegd. Wij als een gek iedereen bellen die iets van konijnen zou moeten weten. Niet aankomen, voorzichtig dichtmaken, zei de dierenarts. Vader weghalen, zei een fokker, want die eet ze op. Boeken, wat zeiden boeken: over dit speciale geval helemaal niets. Ok. Maar wie was de vader en wie was de moeder van deze twee dameskonijnen. Een kenner kwam aangesneld en haalde de boosdoener uit het hok. Gat heel voorzichtig toedekken, zodat het niet in zou storten. En vooral niet aan die lampreitjes komen. Nee, nee.

Duizend verontschuldigingen aan moeder konijn. Dit hadden we immers niet geweten.

Maar het is helaas slecht afgelopen met de vijf lampreitjes. De moeder nam ze stuk voor stuk mee naar boven in het hok en we vonden ze later
dood in het geurige hooi liggen.

We hebben ze niet gestoofd en de oortjes waren nog te klein.

Den Haag, 21-4-08